Verlaagde roerende voorheffing voor nieuwe inbrengen in geld.

Dividenden toegekend door KMO’s (“Kleine en Middelgrote Ondernemingen”) kunnen opnieuw genieten van een verlaagde roerende voorheffing van 15% indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • De – al bestaande of nieuw opgerichte – vennootschap kwalificeert als een KMO in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen;
  • De dividenden moeten voortkomen uit nieuw uitgegeven en niet preferente aandelen;
  • De aandelen moeten uitgegeven zijn naar aanleiding van nieuwe inbrengen in geld (oprichting of kapitaalverhoging) , die gebeurd zijn vanaf 1 juli 2013;
  • (De inbrengen mogen echter niet voortkomen uit de uitkering van belaste reserves die kunnen genieten van het nieuwe regime van toepassing op liquidatiebonussen – zie hieronder);
  • De kapitaalinbreng moet volstort zijn;
  • De aandelen moeten in volle eigendom behouden blijven vanaf de datum van de kapitaalinbreng;
  • De dividenden moeten voortkomen uit de winstverdeling voor het boekjaar volgend op dat van de inbreng;
  • De dividenden mogen uitgekeerd worden uit de winstverdeling vanaf het 3de boekjaar na het boekjaar waarin de inbreng heeft plaatsgevonden.

Als de dividenden voortkomen uit de winstverdeling vanaf het 2de boekjaar, wordt het tarief vastgesteld op 20%.

Enkel vennootschappen wiens kapitaal minstens gelijk is aan het minimum kapitaal kunnen genieten van deze tarieven. Als door de nieuwe inbreng in geld het maatschappelijk kapitaal minstens gelijk is aan het minimaal maatschappelijk kapitaal van een BVBA, zullen de nieuwe regels ook toegepast kunnen worden.

Gerelateerde berichten