Verjaring van een schuldvordering kan gestuit worden door de ingebrekestelling door uw advocaat.

Persoonlijke vorderingen (zoals kredieten), waarvoor niet gedagvaard is, verjaren na 10 jaar. De verjaring loopt vanaf de datum van opeisbaarheid. Intresten verjaren na verloop van 5 jaar.
Elke (deel)betaling stuit de verjaring. Dit betekent dat de termijn van 10 jaar opnieuw begint te lopen vanaf de laatste betaling.
De verjaring kan ook gestuit worden door een erkenning van schuld, een betalingsvoorstel van de schuldenaar en opname van de schuld in een verzoekschrift.

De Wet van 23 mei 2013 m.b.t. de wijziging van Art. 2244 Burg.Wetboek brengt hier verandering in. Van nu af aan zal door de eenvoudige ingebrekestelling van een advocaat, gemachtigd door de schuldeiser, de verjaring gestuit kunnen worden. De ingebrekestelling doet een nieuwe termijn van één jaar ingaan.
Wat dus wil zeggen dat een ingebrekestelling, verzonden in jaar 10, een verlenging van de verjaring zal betekenen van één jaar. Een ingebrekestelling verzonden in jaar 9 of vroeger stuit de verjaring dus niet, daar de nieuwe termijn van één jaar binnen de wettelijke verjaringstermijn van 10 jaar valt.

Gerelateerde berichten