Regering Michel I: de impact op de personen- en vennootschapsbelasting

Op 7 oktober 2014 werd er een akkoord gesloten voor een nieuwe federale regering; Michel I.
Deze regering wil de begroting in evenwicht brengen door 75% besparingen en 25% nieuwe inkomsten of inspanningen door de belastingplichtige. Daarnaast is er ook een duidelijke tax-shift. Hierbij worden belastingen op arbeid verschoven naar belastingen op het verbruik en op het vermogen.
De belangrijkste voorgestelde maatregelen zullen invloed hebben op personenbelasting, vennootschapsbelasting en BTW.

1. Personenbelasting

– Verhoging forfaitaire aftrek beroepskosten – verlaging personenbelasting

De regering wil de lasten op arbeid verlagen. In de personenbelasting wordt dit doorgevoerd onder de vorm van een verhoging van de forfaitaire aftrek voor beroepskosten van 500€.

Werknemers, vrije beroepers en bedrijfsleiders hebben in de personenbelasting de keuze tussen de aftrek van hun werkelijke beroepskosten (die zij aan de hand van facturen of andere bewijsstukken moeten kunnen aantonen) of forfaitair bepaalde beroepskosten. In dit laatste geval worden uw beroepskosten forfaitair geraamd en hoeft u geen bewijsmateriaal te verzamelen. Door de verhoging van de forfaitair berekende beroepskosten zal uw netto-inkomen verhogen.

Zelfstandige ondernemers moeten hun beroepskosten altijd bewijzen en kunnen dus niet opteren voor deze forfait. Hierdoor kunnen zij niet profiteren van dit voordeel.

– De Kaaiman taks

De regering wil een belasting heffen op het vermogen dat via allerhande juridische constructies wordt geparkeerd in fiscale paradijzen.

Deze doorkijktaks of transparantie taks (kaaiman tax) is een belasting op de inkomsten van dergelijke vehikels die dan wordt gehaald bij de begunstigden ervan, ook al worden die inkomsten niet uitgekeerd.

Voorheen diende men in de belastingsaangifte enkel melding te maken van het bestaan van dergelijke constructies.

De volgende constructies worden voornamelijk geviseerd: trusts en stichtingen in de Nederlandse Antillen, de SPF in Luxemburg , de Stiftung in Liechtenstein en vennootschappen in belastingsparadijzen zoals de Kaaimaneilanden.

– Belasting pensioensparen – 3de pijler

De kapitalen van pensioenen van de derde pijler (individuele pensioenverzekeringen) zullen minder maar wel vroeger belast worden.Het kapitaal zal belast worden aan 8% in plaats van 10% om zo het sparen aan te moedigen.
Deze 8% zal wel vroeger geïnd worden. Op kapitaal dat voorhanden is op 31 december 2014 zou gedurende 5 jaren een jaarlijkse taks worden geheven van 1%, en de resterende 3% wordt dan belast op de leeftijd van 60 jaar. Voorheen werd deze belasting pas ingehouden op 60 jaar op de reeds opgebouwde pensioenkapitalen.

– Beperking automatische indexering fiscale uitgaven

Een aantal belastingsverminderingen zullen niet meer worden geïndexeerd. Het betreft onder meer de vermindering voor vervangingsinkomen, passief- en lage energiewoningen, lange termijn sparen, pensioensparen, energie besparende uitgaven, giften en huispersoneel.
Daarnaast zal ook de vrijgestelde schijf van intresten op spaarboekjes, dividenden uit erkende coöperatieve vennootschappen en intresten of dividenden uit vennootschappen met een sociaal oogmerk niet meer worden geïndexeerd.
Op lange termijn zal dit voor een belastingverhoging zorgen.

2. Vennootschapsbelasting

– Permanente overgangsmaatregel liquidatieboni

Sinds 1 oktober 2014 is het 10% tarief (liquidatiebonus) voor vereffeningen van vennootschappen opgetrokken naar 25%. Ook de ‘interne liquidatie’ waarbij reserves omgezet konden worden in kapitaal tegen een betaling van 10% liep toen af.

Dit zal op basis van het regeerakkoord deels vermeden kunnen worden door vooraf 10% roerende voorheffing te betalen op winsten die in de onderneming blijven. Deze maatregel is specifiek voor KMO vennootschappen.

Een KMO zal jaarlijks tot 50% van haar winsten op een afzonderlijke onbeschikbare reserve kunnen boeken met een onmiddellijke betaling van 10% roerende voorheffing. Bij uitkering op het moment van de liquidatie van de vennootschap dienen deze reserves geen roerende voorheffing meer te ondergaan en kunnen ze dus belastingsvrij worden uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Indien men deze reserves vroeger zou willen uitkeren, dient er nog bijkomend roerende voorheffing betaald te worden:

  • o Uitkering meer dan 5 jaar na aanleg: 5%. De totaal betaalde roerende voorheffing bedraagt dan 15%.
  • o Uitkering minder dan 5 jaar na aanleg: 15%. De totaal betaalde roerende voorheffing bedraagt dan 25%.

– Aanslag geheime commissielonen 309% wordt 51.50% of 103%

Wanneer er geen fiches werden opgesteld, zou de sanctie zich beperken tot een administratieve boete voor het niet of laattijdig opmaken van de verplichte fiches.

Enkel in het geval waarbij de genieter van het voordeel niet wordt meegedeeld zou de aanslag geheime commissielonen kunnen worden toegepast.
Het tarief wordt echter verminderd:

  • o 103% voor voordelen aan natuurlijke personen
  • o 51.50% voor voordelen aan vennootschappen

3. BTW

– 6% BTW op werken in onroerende staat

Op dit moment kunnen particulieren die een aannemer werken laten uitvoeren aan hun woning die reeds meer dan 5 jaar in gebruik is genomen, laten facturen aan 6% BTW.
Dit voordeeltarief blijft behouden. De leeftijdsvoorwaarde wordt echter opgetrokken naar 10 jaar.

– BTW op elektronische diensten

Elektronische diensten afgenomen door Belgische particulieren bij Europese ondernemingen worden onderworpen aan Belgische BTW in België.