Staatswaarborg voor kortetermijnkredieten tijdens COVID-19

Met een staatswaarborg wil de regering de negatieve effecten van het coronavirus op de economie beperken. Banken kunnen sinds 1 april 2020 kortetermijnkredieten met een overheidswaarborg verlenen aan gezonde bedrijven en zelfstandigen met een eenmanszaak die betalingsproblemen ondervinden door de coronacrisis.

Herkomst van de staatswaarborg

De staatswaarborgregeling maakt deel uit van een tweeluik dat vervat is in een akkoord tussen de Belgische Regering, de Nationale Bank van België en de banksector.
De eerste pijler omvat een engagement van de banksector om aan getroffen ondernemingen en particulieren een betalingsuitstel van zes maanden te verlenen.
De tweede pijler is de staatswaarborgregeling.

Enkel voor bijkomende financiering

De staatswaarborg geldt enkel voor bijkomende financiering.
Herfinancieringen, verlengingen en wederopnames van bestaande kredieten vallen buiten het toepassingsgebied.
Zij vindt toepassing op de meeste nieuwe kredieten van maximaal 12 maanden.

Enkel voor gezonde bedrijven en zelfstandigen

Als kredietnemer wordt aanzien elke niet-financiële onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen waaraan een krediet wordt verleend, met uitzondering van de volgende personen:

een persoon die op 1 februari 2020 achterstal had op zijn lopende kredieten of op belastingen of sociale zekerheidsbijdragen of op 29 februari 2020 meer dan 30 dagen achterstal had op zijn lopende kredieten of op zijn belastingen of sociale zekerheidsbijdragen;

een persoon die bij een of meer kredietinstellingen een actieve kredietherstructurering doorliep op 31 januari 2020;

een persoon die op basis van de beschikbare informatie beschouwd moet worden als onderneming in moeilijkheden.

Het maximale kredietbedrag dat per bedrijf door de staatswaarborg gedekt wordt, bedraagt 50 miljoen euro. Een hoger bedrag is mogelijk, maar die afwijking moet vastgelegd worden bij een koninklijk besluit.

De Staat waarborgt geen individuele kredieten, maar wel kredietportefeuilles per kredietinstelling.

Kost van de garantie blijft beperkt

De kost van de garantie blijft beperkt tot 0,25% voor kmo’s en tot 0,50% voor grote bedrijven. De rente van het krediet mag maximaal 1,25% bedragen, naast een vaste vergoeding.

Bedrijven die geen (of weinig) hinder ondervinden als gevolg van de coronacrisis, en waarvoor dus geen extra staatswaarborg nodig is, vallen niet onder de garantieregeling en moeten dus ook geen garantiekosten betalen.
 
We merken nog op dat:

een krediet dat onder de waarborgregeling valt, niet kan worden aangewend voor activiteiten in het buitenland, zelfs als dit activiteiten zijn van een rechtspersoon met een werkelijke zetel in België.

de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarop de waarborgregeling van toepassing is, nu de BV, de CV en de NV (en de overblijvende “oneigenlijke CV’s” die nog de vorm aannemen van een CVBA) zijn.