Wat veranderde er voor de bestuurders in het WVV?

Wie WVV zegt, denkt meteen aan de nieuwe regels voor vennootschappen. Een kapitaalloze BV, nieuwe regels inzake stemrecht, een andere invulling voor de coöperatieve vennootschap, … Maar ook voor de bestuurders veranderde er heel wat.

Belangenvermenging

Het nieuwe WVV bevat een ruime en vooral strengere regeling voor belangenconflicten binnen een onderneming.
De eerste nieuwigheid is de onthoudingsplicht: de bestuurders van BV’s, CV’s en NV’s mogen niet meer deelnemen aan de beraadslaging en de stemming over een verrichting waar er sprake is van een belangenvermenging. Dit was onder het oude vennootschapswetboek wel mogelijk (behalve bij publieke NV’s).

Is er een potentieel belangenconflict voor alle bestuurders, dan moet de verrichting voorgelegd worden aan de algemene vergadering. Keurt de algemene vergadering de beslissing of de verrichting goed, dan kan het bestuursorgaan ze uitvoeren. Ook als er maar één bestuurder is, moet de algemene vergadering beslissen. Is die enige bestuurder tevens ook de enige aandeelhouder, dan mag hij de beslissing zelf nemen en de verrichting uitvoeren.

Let op: als er sprake is van een belangenconflict, dan moet dit (net zoals voorheen) gepubliceerd en omschreven worden in de notulen van de betrokken vergadering. Die notulen moeten in hun geheel opgenomen worden in het jaarverslag of in een stuk dat samen met de jaarrekening wordt neergelegd.
Is de enige bestuurder ook de enige aandeelhouder, dan moet er een bijzonder verslag bij de jaarrekening worden gevoegd. Dat bijzonder verslag bevat de overeenkomst gesloten tussen de bestuurder en de vennootschap.

Worden deze regels niet nageleefd, dan kan de nietigheid van het besluit gevorderd worden door de vennootschap én door elke belanghebbende.
Deze nieuwe regels gelden ook voor bestuurders van CV’s, VZW’s en stichtingen

De nieuwe regels gelden voor bestuurders van ondernemingen opgericht na 1 mei 2019. Voor ondernemingen die al bestonden op dat ogenblik zijn ze van toepassing sinds 1 januari 2020 tenzij de statuten van de onderneming werden aangepast aan de nieuwe wetgeving vóór 1 januari 2020.

Vaste vertegenwoordiger

Als de rol van bestuurder wordt opgenomen door een andere rechtspersoon, dan wordt deze bestuurder-rechtspersoon vertegenwoordigd door een “vaste vertegenwoordiger”. Onder het oude wetboek van vennootschappen moest die vaste vertegenwoordiger ook effectief een professionele link hebben met die vennootschap. De vaste vertegenwoordiger moest immers gekozen worden uit de aandeelhouders, de bestuurders, de leden van de raad van bestuur of de medewerkers van de bestuurder-rechtspersoon.
Dat is niet langer nodig. Ook een derde partij kan nu dus vaste vertegenwoordiger zijn van een bestuurder-rechtspersoon.
Anderzijds is het niet meer mogelijk om een andere rechtspersoon als vaste vertegenwoordiger te benoemen.

Nieuw is ook dat er naast de vaste hoofdvertegenwoordiger ook een plaatsvervanger benoemd kan worden. Die plaatsvervanger kan dan optreden als a) de hoofdvertegenwoordiger belemmerd is en b) er geen andere bestuurder is.

Het WVV bevat voor vaste vertegenwoordigers een dubbel cumulatieverbod. Een natuurlijk persoon kan niet langer in de raad van bestuur zetelen met twee hoeden op, namelijk enerzijds als vaste vertegenwoordiger en anderzijds als bestuurder.
Bovendien kan een natuurlijk persoon ook niet vaste vertegenwoordiger zijn van meerdere bestuurders-rechtspersonen binnen één onderneming. Meerdere keren vaste vertegenwoordiger zijn, telkens in een andere onderneming mag nog wel.

Ten slotte stippen we nog aan dat de regels inzake belangenconflicten voor bestuurders niet alleen gelden als er een belangenconflict zou zijn ten aanzien van de bestuurder-rechtspersoon, maar ook als er een belangenconflict is ten aanzien van de vaste vertegenwoordiger zelf (dus zonder dat de bestuurder-rechtspersoon een belangenconflict zou hebben).

Bestuurders zijn personeelsleden

Wat niet zo’n enorme ingreep lijkt, is het dat soms best wel: door bestuurders onder het begrip “personeel” te laten vallen worden tal van vennootschapsrechtelijke bepalingen met zekerheid van toepassing op bestuurders. Het gaat daarbij voornamelijk om verrichtingen met aandelen (kapitaalverhoging, inkoop van eigen aandelen, het toekennen van inschrijvingsrechten, …) waarbij een bijzondere procedure geldt naargelang die verrichting voor personeel is of niet.

Worden dus beschouwd als personeel:

de natuurlijke personen die een arbeidsovereenkomst of een managementovereenkomst sloten met de vennootschap (of met dochtervennootschappen);

de rechtspersonen die een managementovereenkomst sloten met de vennootschap (of met dochtervennootschappen) (tenminste als die rechtspersonen door één enkele natuurlijke persoon worden vertegenwoordigd en die natuurlijke persoon er tevens de controlerende vennoot of aandeelhouder van is);

de leden van het bestuursorgaan van een vennootschap of dochtervennootschap(pen), met inbegrip van rechtspersonen van wie de vaste vertegenwoordiger ook de controlerende vennoot of aandeelhouder is.

Deze definitie van “personeel” geldt enkel voor de boeken 5 (BV’s), 6 (CV’s) en 7 (NV’s). De grootte van een vennootschap (micro, klein of groot) is onder meer afhankelijk van het aantal personeelsleden. Maar die bepaling staat in boek 1 van het WVV en er wordt daarbij uitdrukkelijk verwezen naar het aantal personeelsleden die in de DIMONA-aangifte voor werknemers is opgenomen.

In dat verband moeten we nog toevoegen dat de bestuurder net zoals voorheen onderworpen is aan het sociaal statuut van zelfstandige. Het WVV laat echter wel toe om met die bestuurder ook een arbeidsovereenkomst te sluiten op voorwaarde dat die arbeidsovereenkomst op zich niets te maken heeft met het bestuurdersmandaat. In een dergelijk geval is de bestuurder voor zijn bestuursmandaat nog steeds onderworpen aan het zelfstandigenstatuut, hetzij in hoofdberoep, hetzij in bijberoep.